Fort Nigtevecht |
![]() |
Nigtevecht heeft ook een Fort. |
Het fort ligt ten westen van Nigtevecht aan het Amsterdam-rijnkanaal, had een bezetting van
De taak was afsluiting en verdediging van de accessen, welke gevormd worden door het Merwedekanaal (nu Amsterdam-rijnkanaal) met de daarlangs lopende wegen, de Vecht en bescherming van de sluizen tussen deze wateren en de vechtwaterleiding ca. 500 meter Z-O van het fort.
Verdediging van de Aetsveldse polder door middel van een batterij voor groot flankement.
De bewapening van het fort bestond uit:
a. Artillerie
b. Infanterie
Infanterievuur kon gegeven worden: van den wal naar de noordoost-, oost-, zuidoost- en zuidzijde van het fort;
Uit de schietgaten in de stalen deuren en blinden van de gebouwen en de onderbouwen der hefkoepels;
Uit de schietgaten in de kazematten.
En op de frondwal, tussen de hefkoepels, stond een wand van bielzen en geriefhout, waarachter de soldaten konden verdedigen.
De batterij voor luchtdoelartillerie nabij het fort Nigtevecht werd gebouwd in 1927. In de jaren '50 was de situatie dermate dat de luchtdoelartillerie nogmaals geplaatst is op de plateaus uit 1927 van de niet meer in gebruik zijnde tussenbatterij, waarbij echter de gedekte weg achter de wal beschikbaar bleef voor het verkeer.
Daar de stukken 1 en 2 van de batterij van 10 tl. over de tussenbatterij heen moesten vuren, kon deze derhalve niet meer gebruikt worden.
Voor de uitleg waarom de luchtdoelartillerie geplaatst is, is een apparte pagina gemaakt. Klik hier.
De 10 cM kanonnen in de kazematten voor groot flankement hadden een tweeledige functie, ze konden zowel het terrein tussen de forten bestrijken als de ruimte vóór de naastgelegen forten en diende de troepen uit te schakelen die het fort via het voorgelegen acces naderden.
De pantserkoepels hebben elk een dekplaat (10cM) van nikkelstaal met gehard oppervlak en een ringpantser van nikkelstaal (32cM) verenigd door een voering van vloei-ijzer in 2 platen.
In elk pantserkoepel rust de affuit beweegbaar op een pivotzuil, die loodrecht kan worden geheven, maar niet draaibaar is; de affuit is met een tegenwicht in evenwicht gebracht.
Draaiing van de affuit kan geschieden met een handrad of bij gebrek aan het mechanisme met een handboom.
De toegang tot elk der hefkoepels wordt afgesloten door een stalen deur in 2 bladen, elk blad voorzien van een licht- en schietgatopening, afsluitbaar met een stalen klep.
In de onderbouw van elke hefkoepel zijn 3 munitienissen waarin tezamen 243 ladingen kunnen worden geborgen, terwijl nog 27 ladingen voor onmiddellijk gebruik op de bergplanken aan de affuit kunnen worden gereed gelegd.
Ten tijde van 1885 werd de brisante granaat ontwikkeld. Hiermee werd bij bouw van de forten van "De Stelling van Amsterdam" rekening gehouden.
Daardoor is de vorm van fort Nigtevecht en vele andere van de Stelling anders dan die van "De Nieuwe Hollandse Waterlinie".
Fort Nigtevecht is een smal langgerekt fort, voor deze vorm is gekozen omdat in dit soort (nieuwe) forten moeilijker te treffen waren.
Bij de bouw van dit fort is gekozen voor (cement)beton i.p.v baksteen en aan de zijde waar de aanval te verwachten is (frontzijde), ligt een grote gebogen aarden wal.
De bomvrije gebouwen in het fort vormen een aaneengebouwd complex, verdeeld in:
In het Frontgebouw zit een observatie post, dit is het hoogste gedeelte van het fort.
Het bom vrije gedeelte bevat, slaapverblijven, waslokalen, toiletten, een keuken, een kantine, een ziekenverblijf en een telegraaf ruimte.
In ieder slaapvertrek sliepen 24 tot 36 man, op strozakken in een soort houten stapelbed lagen. Aan de muren en plafonds hingen houten planken aan ijzeren beugels.
Hierop konden de persoonlijke bezittingen bewaard worden. Ieder lokaal werd afzonderlijk met turf of kolen gestookte kachel verwarmd.
De schoorstenen bevinden zich in de dekkingen boven de rechtstandsmuren, achter de voorsluitmuren.
In nissen in de muur waren de lampen geplaatst. Voor aanvoer van verse lucht zitten onder de ramen, in de achtersluitmuur, ventilatie openingen.
Deze waren voorzien van klepjes, die automatisch afsloten door de luchtdruk van exploderende projectielen.
In het plavond zijn ventilatiekokers aangebracht, voor de afvoer van de lucht.
De buitenmuren zijn dik ten dele 1,22, ten dele 1,4 de tussenmuren ten dele 0,8 ten dele 1 M.; de achtersluitmuren ten dele 1,22, ten dele dik 1,72., in het laatste geval voorzien van een schouwgang breed 0,61, hoog in den top 1,95 M..
Het dak is dik in de top 1,70 M. en momenteel afgewerkt met asfaltmastiek.
In de buitenmuur zie je op 2 meter hoogte een zwarte rand, dit is een rand in V vorm. En binnen in het plavond zie je nog afdrukken van planken, dit komt door de bouw. Tijdens de bouw zijn eerst de muren geplaatst. Daarna is het fort gevuld met zand, hierop zijn de planken gelegd . Op de planken is een laag (cement)beton gestort van ca 70 cm, waarop de spoorstaven zijn gelegd. Hierop is weer een laag (cement)beton van zo’n 100 cm. Hierdoor is het dak zo’n 150 tot 170 cm dik.
Nadat het (cement)beton was uitgehard, werd het fort met kruiwagens geleegd en de planken verwijderd.
Er waren per kazemat 3 ruimtes voor de munitie: kardoezen-bergplaats, vulplaats en de projectielen-bergplaats. Voorts zijn een aantal lokalen door gemetselde scheimuren en houten schotwerken afgescheiden.
De vloeren in de lokalen en gangen met uitzondering van de hierna beschreven, bestaan uit een laag cementbeton, met daarop bepleistering:
overigens in lokaal 16(keuken) uitgehard gebakken Fransche tegels ; in de lokalen 17 (kantine),18a (wachtcommandant), 19 (officieren), 20a (commandant), 21a (telegraaf), 22a en b(verbandplaats en ziekenlokaal) en 23 (onderofficieren) zijn grenenhouten vloeren op eikenhouten ribben zwaar opgelegd op richels van cementbeton.
Het drinkwater werd bewaart in gemetselde waterbakken, bekleed met verglaasde plavuizen. Deze waren toegankelijk vanuit het poterne gebouw en lokaal 13 en 28.
Er waren 6 pompen op deze bakken aangesloten waarvan 1 buiten. Het overtollige water kon over de wanden van de bakken, tussen de wanden van de bakken en de fundamenten, via ijzerdraadpotbuisleidingen naar de fortgracht worden afgevoerd.
Maar mocht er tijdens de belegering een water te kort ontstaan, dan was aanvoer van water mogelijk, aangezien er in de"Nieuwe Meer" een installatie was aangelegd voor het oppompen en zuiveren van grondwater.
29 oktober 1959 is er per "Koninklijk besluit no.382" besloten dat dit fort niet meer als vestingwerk in gebruik is.
In 1987 is het vereniging Natuurmonumenten in het bezit gekomen van het fort en in 1996 heeft UNESCO de forten ring uitgeroepen tot werelderfgoed monument.
fort Nigtevecht word nu gerestaureerd door de "Stichting Herstelling".
De buitentoiletten zijn nu bijna gereed en de schietgaten in de kazematten zijn open gebroken.
De hefkoepelgebouwen zijn helemaal uitgegraven en momenteel is Stichting Herstelling druk bezig deze te herstellen
> |
> |
> |
Keel kazemat linker kant |
Schutkoepel rechter kant |
Schutkoepel van binnen |
Slaapruimte |
> |
> |
> |
Keuken |
Achtersluitmuur |
Luchtfoto |
Brisant granaat |
|
Ingang |
Bodem |
Munitienis |
Wanneer er voor zoveel manschappen gekookt word, blijft ook wel eten over, wat dan door de bewoners afgehaald kon worden.
>
WO-2 : Tot 1942 is het fort door de Nederlanders bezet geweest maar aan het eind van '42 gingen de Duitsers het fort in. Het waren voornamelijk een tiental "oudere" Oostenrijkers, maar in 1945 bestond de bezetting uit meer dan 300 manschappen. Het fort werd gebruikt als doorvoer haven. Goederen, zoals huisraad, werden opgeslagen en later met boten via het Merwedekanaal afgevoerd.
Tijdens een rondleiding in 2004 was er een dame uit Driemond, die vertelde dat zij en haar man tussen de beide oorlogen in, het gras maaiden op het fort.
Ook vertelde ze dat er "russen" in het fort hadden gezeten tijdens WO2, maar meer details had ze niet.
In 2005 kwam van een andere bezoeker een bevestiging. Hij vertelde dat er tijdelijk Wit-Russen gelegerd waren. Dit was bekend geworden omdat deze samen met een Duitse soldaat een stier hadden gevangen op het naburig weiland en betrapt waren.
Deze Wit-Russen beheerden vliegtuig onderdelen en demonteerden de grote onderdelen om ze via het Merwedekanaal kanaal af te voeren
Het D. van Rossum-orgel daterend 1864, uit de Hervormde kerk van Abcoude, is in 1970 gedemonteerd.
Tijdens demontage of transport is de pneumatische pedaaltuitbreiding verdwenen, inclusief de pijpen van de Cello.
De eikenhouten Boudon-pijpen zijn gelukkig wel in de opslag bewaard. Voor die opslag werd ruimte gevonden in fort Nigtevecht, waar het binnenwerk jarenlang gelegen heeft. In 1982 werd het orgel verkocht aan een particulier te Aalsmeer. Later werd het aangekocht door de orgelmaker Louis Kramer.
Momenteel staat het orgel in in Heelsum.
Meer informatie over het Velters laantje ? Lees ook
In "Het Leger Museum" in Delft hangt een schilderij "Alarm op fort Nigtevecht" en is geschilderd door J. Meyer in 1915.
Deze strijd speelt zich af tijdens de Mobilisatie 1914 - 1918.
In de bibliotheek heb ik boeken mogen inzien. Een er van was: Herinnerings-Album "aan de mobilisatie van het nederlandsche leger". Hierin staat een mooi voorwoord over de mobilisatie.
Het boekje bestaat uit vele mooie foto's met beschrijving. Een foto ging over fort Nigtevecht. Hier zie je voor een houten huisje, de kazerne, en op de trap ca. 55 militairen.
Ook was er een mooi foto boek, waarvan de afkomst helaas onbekend is, met allemaal foto's van diverse forten en leefwijze van de militairen ten tijde van de mobilisatie 1914-1918. Vele foto's zijn van fort Nigtevecht.
Er zijn foto's van acties in de kazematten, het leven buiten, op de slaapzaal, in de leeszaal en de kantine.
Ook is er een groepsfoto van alle militairen bij het fort.
Aangegeven zijn fort commandant Kapitein Kroymans, Officier Artillerie Luitenant Snel en Luitenant Fuld.
Deze foto boeken geven een mooi beeld over hoe het leven toen op en in het fort er uit heeft gezien.
Natuur op het Fort. |
Het fort is door mensenhanden gemaakt. Mede door deze bouwkundige inspanningen is er een afwisseling tussen klei-, veen- en zandgronden.
Door de hoogteverschillen ontstaan natte en droge gebieden en er is altijd water in de vorm van de fortgracht. Een deel van het fort is beplant met bomen en struiken, een deel wordt opengehouden door begrazing met schapen.
Op het fort is een rijkdom aan planten en dieren. De torenvalk, steenuil en bonte specht horen tot de vaste bewoners. In het riet broeden de kleine karekiet en de rietgors. Ook is het een beschut gebied voor diverse eende soorten, zoals de kuifeend en zaagbek.
Op dit moment staan er op het fort aan bomen: es, wilg en populier, aan struiken: meidoorn, sleedoorn en veldesdoorn. Op het oorspronkelijke plan staan iepen, maar die zijn verdwenen.
Historie. |
De Stelling van Amsterdam. |
Menno van Coehoorn had zeer grote invloed op de landverdediging. Hij bouwde duurzame versterkingen als hulpmiddel bij de verdediging.
Hierdoor ontstond een vestingstelsel langs de grenzen, bestaande uit versterkte steden en kleinere verdedigingswerken, veelal voorzien van inundantie mogelijkheden. Deze steden vormden de Oost- en Zuidfronten en de Hollandse Waterlinie was de tweede verdedigings lijn.
Maar een van de grondleggers van de Stelling van Amsterdam is Cornelis.R.T. Krayenhoff, hij begon in 1799 met het inrichten van een verdedigingslinie rondom Amsterdam.
Na oprichting van het koninkrijk der Nederlanden, in 1815, scheidde, in 1830, Belgie zich af. De Frans - Duitse oorlog, 1870 - 1871, deed de Nederlanden opschrikken. Tijdens de mobilisatie bleken er ernstige gebreken te zijn in de krijgsmacht en vestingwezen.
In 1874 namen beide Kamers der Staten-Generaal de 'Wet tot regeling en voltooiÏng van get vestingstelsel' aan.
Het vestingstelsel herzien, omdat de verdediging nog steeds op grensvestigingen steunde uit de tijd voor de afscheiding van Belgie..
Na de Vestingwet van 1874, werd de Stelling van Amsterdam aangelegd. In de wet was besloten de landverdediging op het gewest Holland te concentreren.
De forten rond Amsterdam - gebouwd tussen 1883 en 1914 - omsloten het nationaal* reduit.
De ring, ca. 135 kilometer lang, bestaat uit 42 forten, dijken, liniewallen, geschutsloodsen, enkele bomvrije munitiemagazijnen en uiteraard sluizen voor onderwaterzetting, op ca. 20 Km afstand van Amsterdam.
Het was bedoeld als de laatste opvang van het veldleger, bij een eventuele doorbraak van de overige linies rond Holland. Eventueel kon het dienen als uitvalsbasis voor een tegenoffensief. Het fort had een mobilisatiebezetting van ca. 279/325 man.
Een zeer belangrijk te verdedigen onderdeel was het Noordzeekanaal, want hierover kon bevoorrading en extra troepen worden aangevoerd.
Niet alleen de forten en sluizen waren belangrijk, maar binnen de stelling waren grote magazijnen voor voedsel, brandstof en munitie. Het was de bedoeling dat de Stelling werd ingericht om, na herberekening in 1904, met 1 miljoen mensen, (belangrijke)burgers en militairen, een beleg van zes maanden te doorstaan.
Voor watertekort was ook een oplossing gevonden, in de "Nieuwe Meer" was een installatie was aangelegd voor het oppompen en zuiveren van grondwater. Dit leverde ca. 15.000 m3 drinkwater per etmaal en kon dan naar diverse lokaties vervoerd worden. Tevens was in Amsterdam onder enkele pleinen en straten "vers water bakken" gemaakt en waren na 1891 waterkelders aangelegd bij 5 militaire gebouwen en onder het Rijksmuseum en het Paleis van Justitie.
In het Gemeentelijk Handels depot lag een belangrijkdeel van de levensmiddelen voorraad opgeslagen.
Niet elk fort of batterij in de stelling ziet het er zelfde uit. Dit vind zijn oorzaak in de functie die zo'n verdedigingswerk in zijn geheel kreeg. Bovendien werden ze in verschillende perioden gebouwd.
De Stelling van Amsterdam bestond grotendeels uit inundanties en tientallen forten op de accessen. De beproefde methode van onderwaterzettingen gecombineerd met forten op de dijken bleef onbetwist de beste opzet.
Het type forten was evenwel nieuw : vrij kleine en langgerekte vestingwerken. De kanonnen stonden deels opgesteld in kazematten aan de achterzijde voor het groot flankement en gedeeltelijk in stalen koepels.
Die koepels waren nodig omdat het moderne geschut steeds verder en preciezer zwaardere en meer gevaarlijke granaten kon afvuren. Het grootste deel draaide niet alleen, maar kon ook op- en neergaande bewegingen maken. Als het kanon werd afgevuurd, kwam de koepel naar boven. Zodra het schot was gelost, zakte het gevaarte terug in een veiliger positie.
Geen enkel fort bezit tegenwoordig nog een hefkoepel. De Duitsers hebben ze allemaal tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeblazen en het aanwezige staal voor hun eigen oorlogsindustrie gebruikt.
De stelling is nooit gebruikt waar het voor bedoeld was. In de Eerste Wereld Oorlog is Nederland neutraal gebleven en in de Tweede Wereld Oorlog was de Stelling nutteloos.
Nieuwe ontwikkelingen op artillerie technisch gebied en later het gebruik van vliegtuigen, maakten dat de waterlinie, militair gezien, was achterhaald. Toch zijn in 1939-1940 nog delen van de linie geïnundeerd geweest.
Zoals de Horstermeer. Deze werd op Zondagmiddag 12 mei 1940 onderwater gezet door de bemaling stop te zetten en door via de Meeruiterdijksche polder water in te laten.
Het water pijl bedroeg 30 cm tot 50 cm op de lager gelegen delen. Schade aan tuinderijen en boerderijen bedroeg f 212.00,- gulden.
Na 6 weken, op 10 juni 1940 was de polder weer droog gemalen.
Op 15 april 1945 werd de polder dor de Duitsers onderwater gezet. Het waterpeil was tot ca 3 meter gestegen en duurde het tot 29 juni 1940 met behulp van acht gemalen om de polder weer droog te krijgen.
Rondom de forten gold de Verboden Kringen Wet.
Deze wet is eind 1814 ingevoerd, maar was niet erg duidelijk. 21 December 1853 is een nieuwe en duidelijke regeling tot stand gekomen.
Binnen een kring van 300 meter mocht alleen met toestemming van Minister van Oorlog gebouwen van brandbaar materiaal, max 40m2 gebouwd worden. Ook voor schuttingen hagen, bomen etc. was een vergunning vereist.
In de middelbare kring 300-600 meter waren alleen huizen van hout met stenen fundament toegestaan.
Voor de grote kring 600-1000 meter gold slechts beperkingen wanneer object in staat van verdediging was gesteld.
In 1963, is de kringen wet pas opgeheven.
Hoeveel de aanleg van de Stelling van Amsterdam heeft gekost, is nu moeilijk te berekenen. Voor de verder van amsterdam afgelegen stellingen, was in 1893 al 21 miljoen gulden voor de forten en 6 miljoen voor bewapening vastgesteld. Voor het moderniseren van "de posten van Krayenhoff" was 3,4 miljoen begroot.
In 1904 was er al 20,5 miljoen uitgegeven en was de verwachting dat er nog 9,5 miljoen nodig zou zijn.
Maar in 1912 was reeds 34 miljoen gulden uitgegeven en was de verwachting dat er nog 900.000 gulden nodig zou zijn voor de afbouw.
Daarna zou er weer gemoderniseerd moeten worden, wat ca. 11 miljoen gulden zou gaan kosten.
Uiteindelijk is er 33 jaar gebouwd en de schatting is, dat er ca. 40 miljoen is uitgegeven.
> |
Access : Weg of begaanbare tereinstrook die door een voor de aanval ongeschikt terrein voert, bv een onderwaterzetting.
Batterij : Aardwerk gedeelte van een wal waarop stukken geschut zijn opgesteld.
Klein Flankement : Gracht flankement : Vuur dat zich tot het eigen vestingwerk beperkt.
Groot Flankement : Vuur ten bate van en tot steun aan neven forten en de in de linie, tussen de forten gelegen, verdedigings werken.
Inundantie : Onderwaterzetten van een gebied.
Kazemat : Al dan niet losstaande overdekte gevechtspositie.
Reduit : Zelfstandig verdedigingswerk binnen een fort met als doel de verdediging voort te zetten als het fort zelf niet te houden was.
*Nationaal reduit : Kringstelling, bedoeld als laatste wijkplaats voor de landsregering en krijgsmacht, van zodanige grootte dat dezen zich er langdurig zouden kunnen handhaven.
>
> |
> |
Een geinduneerde | omgeving | maakt verplaatsen moeilijk |
Krupp-Gruson kanon op fort Nigtevecht. |
Hefkoepel kanon van 6 cm.
Het beweegbaar pantser bestond uit een licht gewelfd dekpantser van gewalst, aan het buitenvlak gehard, nikkelstaal met een dikte van 10 cM. en een verticaal ringpantser van nikkelstaal met een dikte van 7,5 cM. In het ringpantser waren het schietgat en de richtsleuf uitgesneden, terwijl voorts één of meer kijkgaten waren aangebracht, die met schuive konden worden afgesloten. Het dekpantser en ringpantser waren verbonden door een, uit 2 stukken bestaande ijzeren voeringsplaat met een dikte van 2 cM.
De koepel was geplaatst in een blok cementbeton, waarin de koepelruimte was uitgespaard en werd verder beschermd door een voorpantser van hartguß. Dit voorpantser bestond uit 3 delen, welke bij de aansluitingen van zijvlakken waren voorzien ten behoeve van de onderlinge verbindingen met zware (geborgde) bouten.
.
![]() |
![]() |
KruppGruson as doorsnede | KruppGruson schootsvlak doorsnede |
De vuurmond sloot in vuurstelling met een mof in het schietgat. Per koepel waren er 2 schietgaten, waarvan 1 als reserve. Om bij het schieten de schok van de pantsering tegen het voorpantser te breken, was de achterzijde van de pantsering voorzien van een stootklos.
Het koepellichaam bestond uit 2 aan de pantsering bevestigde zijplaten, die aan de onderkant waren verbonden door een draagstuk, dat op de koepelspil rustte. Aan de binnenzijde bevatte elke zijplaat een geleibaan voor de affuit, waarvan een gedeelte kon worden weggenomen om de affuit met het kanon uit de koepel te kunnen verwijderen.
Tussen de zijplaten bevonden zich 2 patronenbakken. De bovenste patronenbak kon 9 en de onderste 17 ladingen bergen.
Het kanon bestond uit het achterstuk met het sluitstuk, het tappenstuk en het mondstuk. Inwendig bestond het kanon uit het laadgat, dat was uitgesneden om het laden te vergemakkelijken, de gladde buiskamer, de getrokken projectielkamer en het getrokken voorste gedeelte met de monding. Deze delen gingen geleidelijk met overgangskegels in elkaar over.
De voltallige bediening van een hefkoepel van 6 cM bestond uit een sergeant of een korporaal, die fungeerde als stukscommandant en tevens als koepelcommandant en 3 bedieningsmanschappen. De stukscommandant was sluitstukbediende, lader, richter en aftrekker. No 2 fungeerde als hulplader. No 3 was tempeerder en hulplader en No 4 bediende de ventilator en was telefonist.
Bij geheven koepel bevond de stukscommandant zich op de voetplank, rechts van het kanon. De No 2 & 3 bevonden zich bij de ladingen en No 4 nam plaats bij de ventilator. Bij gestreken koepel bevond de stukscommandant zich buiten de koepel, stond No 2 bij het voorste trektouw, No 3 bediende de hefrichting en No 4 posteerde zich bij de telefoon.
Het kanon verschoot de volgende munitie :
info : Neerlands arsenaal no. 3.
Granaatkartets: een cilindrisch projectiel, gevuld met loden kogels, voorzien van een tijd- of tijdschokbuis in de kop en een uitdrijflading in de bodem. Als de tijdbuis goed getempeerd is, ontsteekt zij de drijflading zo'n 10 tot 20 meter boven het doelgebied en worden de kogels door middel van een stalen schijf (de 'spiegel'), na het wegdrukken van de buis, in voorwaartse richting uitwaaierend weggestoten. De snelheid van deze kogels bestaat uit de aanvankelijke projectielsnelheid, vermeerderd met de door de explosie verkregen snelheid, waardoor het doordringingsvermogen bijzonder groot is.
Brisantgranaat: hol cilindrisch dikwandig stalen lichaam, gevuld met een 'moderne' springstof, waarvan de detonatiesnelheid zo groot is dat de granaatwand in vele kleine scherven wordt verdeeld, die een zo hoge aanvangsnetheid hebben, dat zij op vele meters afstand van het springpunt nog dodelijke verwondingen kunnen veroorzaken. Zulks in tegenstelling tot de buskruitgranaat, waarbij door de relatief trage verbrandingssnelheid van het salpeterkruit de granaatwand in slechts enkele grote scherven wordt verdeeld.
Rondleiding op fort Nigtevecht. |
Geïnteresseerden voor een excursie kunnen zich aanmelden bij Ledenservice van Natuurmonumenten tijdens kantooruren. Tel. (035) 655 99 55.
Voor leden van Natuurmonumenten EUR 4,-. |
Websites over forten. |
Er zijn diverse websites waar je informatie kunt vinden over diverse forten in Nederland.
Sommige hebben ook informatie over forten in het buitenland.
Er is ook informatie te vinden over "De stelling van Amsterdam" en "De Hollandse Waterlinie".
Lectuur / Boeken. |
Kranten knipsels. |
![]() |
![]() |
Mocht u op of aan merkingen hebben over deze pagina, dan kunt u een email sturen naar : ronald@vannigtevecht.nl. |
naar Startpagina | naar Nigtevecht. | naar Genealogie. |
naar Familie informatie. | naar V.O.C schip Nigtevecht. | naarNed. Hervormde kerk. |
naar De Brandspuit. | naar Oer Kano IJzertijd. | naar Tolrecht uit krantje 1923 |
Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, electronisch of mechanisch inclusief fotokopieren, opnemen, of met enig informatie opslag en verzamel systeem, voor commercieel gebruik, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Ronald van Nigtevecht.