Historie.

  • 1888-1890 aardwerken Wal
  • 1894-1895 verdedigbaar aardwerken Wal.
  • 1903-1904 gebouwen waren "bom vrij" gemaakt.
  • 1927 aanleg van opstelplaatsen geschut luchtverdediging.
  • 1950-1956 in gebruik bij de Luchtmacht. Nabij de nevenbatterij hebben drie stuks luchtafweergeschut opgesteld gestaan, op de plateaus uit 1927, ten behoeve van de (lucht)verdediging van Amsterdam.
  • 1958-1963* werd het gebruikt voor opslag van explosieven BVVK (Bureau Voorbereidingen Voorzieningen aan Kunstwerken**, behorende tot de Koninklijke Landmacht)
  • 29-10-1959 werd per "Koninklijk besluit no.382" het fort opgeheven als vestingwerk.
  • van ? tot ca. 1982 in gebruik bij Rijks Munt.
  • 1987 in bezit gekomen van vereniging Natuurmonumenten.
  • 1996 heeft UNESCO de forten ring uitgeroepen tot werelderfgoed monument.
  • 22-08-2002 Koningin Beatrix bezoekt het fort en Stichting Herstelling

    * In 1963 werden de tanks gebouwd in het kader van het zogenaamde Olie Spreidings plan;. Hierom moest uit veiligheid het Fort ontruimd worden.
    ** Met kunstwerken worden in deze context bruggen, sluizen, wegen, vliegvelden bedoelt.

    De Stelling van Amsterdam.

    Menno van Coehoorn had zeer grote invloed op de landverdediging. Hij bouwde duurzame versterkingen als hulpmiddel bij de verdediging.
    Hierdoor ontstond een vestingstelsel langs de grenzen, bestaande uit versterkte steden en kleinere verdedigingswerken, veelal voorzien van inundantie mogelijkheden. Deze steden vormden de Oost- en Zuidfronten en de Hollandse Waterlinie was de tweede verdedigings lijn.
    Maar een van de grondleggers van de Stelling van Amsterdam is Cornelis.R.T. Krayenhoff, hij begon in 1799 met het inrichten van een verdedigingslinie rondom Amsterdam.
    Na oprichting van het koninkrijk der Nederlanden, in 1815, scheidde, in 1830, Belgie zich af. De Frans - Duitse oorlog, 1870 - 1871, deed de Nederlanden opschrikken. Tijdens de mobilisatie bleken er ernstige gebreken te zijn in de krijgsmacht en vestingwezen.
    In 1874 namen beide Kamers der Staten-Generaal de 'Wet tot regeling en voltooi¤ng van get vestingstelsel' aan.
    Het vestingstelsel herzien, omdat de verdediging nog steeds op grensvestigingen steunde uit de tijd voor de afscheiding van Belgie..
    Na de Vestingwet van 1874, werd de Stelling van Amsterdam aangelegd. In de wet was besloten de landverdediging op het gewest Holland te concentreren.
    De forten rond Amsterdam - gebouwd tussen 1883 en 1914 - omsloten het nationaal* reduit. De ring, ca. 135 kilometer lang, bestaat uit 42 forten, dijken, liniewallen, geschutsloodsen, enkele bomvrije munitiemagazijnen en uiteraard sluizen voor onderwaterzetting, op ca. 20 Km afstand van Amsterdam.
    Het was bedoeld als de laatste opvang van het veldleger, bij een eventuele doorbraak van de overige linies rond Holland. Eventueel kon het dienen als uitvalsbasis voor een tegenoffensief. Het fort had een mobilisatiebezetting van ca. 279/325 man.
    Een zeer belangrijk te verdedigen onderdeel was het Noordzeekanaal, want hierover kon bevoorrading en extra troepen worden aangevoerd.
    Niet alleen de forten en sluizen waren belangrijk, maar binnen de stelling waren grote magazijnen voor voedsel, brandstof en munitie. Het was de bedoeling dat de Stelling werd ingericht om, na herberekening in 1904, met 1 miljoen mensen, (belangrijke)burgers en militairen, een beleg van zes maanden te doorstaan.
    Voor watertekort was ook een oplossing gevonden, in de "Nieuwe Meer" was een installatie was aangelegd voor het oppompen en zuiveren van grondwater. Dit leverde ca. 15.000 m3 drinkwater per etmaal en kon dan naar diverse lokaties vervoerd worden. Tevens was in Amsterdam onder enkele pleinen en straten "vers water bakken" gemaakt en waren na 1891 waterkelders aangelegd bij 5 militaire gebouwen en onder het Rijksmuseum en het Paleis van Justitie.
    In het Gemeentelijk Handels depot lag een belangrijkdeel van de levensmiddelen voorraad opgeslagen.
    Niet elk fort of batterij in de stelling ziet het er zelfde uit. Dit vind zijn oorzaak in de functie die zo'n verdedigingswerk in zijn geheel kreeg. Bovendien werden ze in verschillende perioden gebouwd.
    De Stelling van Amsterdam bestond grotendeels uit inundanties en tientallen forten op de accessen. De beproefde methode van onderwaterzettingen gecombineerd met forten op de dijken bleef onbetwist de beste opzet. Het type forten was evenwel nieuw : vrij kleine en langgerekte vestingwerken. De kanonnen stonden deels opgesteld in kazematten aan de achterzijde voor het groot flankement en gedeeltelijk in stalen koepels. Die koepels waren nodig omdat het moderne geschut steeds verder en preciezer zwaardere en meer gevaarlijke granaten kon afvuren. Het grootste deel draaide niet alleen, maar kon ook op- en neergaande bewegingen maken. Als het kanon werd afgevuurd, kwam de koepel naar boven. Zodra het schot was gelost, zakte het gevaarte terug in een veiliger positie. Geen enkel fort bezit tegenwoordig nog een hefkoepel. De Duitsers hebben ze allemaal tijdens de Tweede Wereldoorlog opgeblazen en het aanwezige staal voor hun eigen oorlogsindustrie gebruikt.
    De stelling is nooit gebruikt waar het voor bedoeld was. In de Eerste Wereld Oorlog is Nederland neutraal gebleven en in de Tweede Wereld Oorlog was de Stelling nutteloos.
    Nieuwe ontwikkelingen op artillerie technisch gebied en later het gebruik van vliegtuigen, maakten dat de waterlinie, militair gezien, was achterhaald. Toch zijn in 1939-1940 nog delen van de linie ge´nundeerd geweest.
    Zoals de Horstermeer. Deze werd op Zondagmiddag 12 mei 1940 onderwater gezet door de bemaling stop te zetten en door via de Meeruiterdijksche polder water in te laten.
    Het water pijl bedroeg 30 cm tot 50 cm op de lager gelegen delen. Schade aan tuinderijen en boerderijen bedroeg f 212.00,- gulden.
    Na 6 weken, op 10 juni 1940 was de polder weer droog gemalen.
    Op 15 april 1945 werd de polder dor de Duitsers onderwater gezet. Het waterpeil was tot ca 3 meter gestegen en duurde het tot 29 juni 1940 met behulp van acht gemalen om de polder weer droog te krijgen.
    Rondom de forten gold de Verboden Kringen Wet.
    Deze wet is eind 1814 ingevoerd, maar was niet erg duidelijk. 21 December 1853 is een nieuwe en duidelijke regeling tot stand gekomen.
    Binnen een kring van 300 meter mocht alleen met toestemming van Minister van Oorlog gebouwen van brandbaar materiaal, max 40m2 gebouwd worden. Ook voor schuttingen hagen, bomen etc. was een vergunning vereist.
    In de middelbare kring 300-600 meter waren alleen huizen van hout met stenen fundament toegestaan.
    Voor de grote kring 600-1000 meter gold slechts beperkingen wanneer object in staat van verdediging was gesteld.
    In 1963, is de kringen wet pas opgeheven.
    Hoeveel de aanleg van de Stelling van Amsterdam heeft gekost, is nu moeilijk te berekenen. Voor de verder van amsterdam afgelegen stellingen, was in 1893 al 21 miljoen gulden voor de forten en 6 miljoen voor bewapening vastgesteld. Voor het moderniseren van "de posten van Krayenhoff" was 3,4 miljoen begroot.
    In 1904 was er al 20,5 miljoen uitgegeven en was de verwachting dat er nog 9,5 miljoen nodig zou zijn.
    Maar in 1912 was reeds 34 miljoen gulden uitgegeven en was de verwachting dat er nog 900.000 gulden nodig zou zijn voor de afbouw.
    Daarna zou er weer gemoderniseerd moeten worden, wat ca. 11 miljoen gulden zou gaan kosten.
    Uiteindelijk is er 33 jaar gebouwd en de schatting is, dat er ca. 40 miljoen is uitgegeven.

    Access : Weg of begaanbare tereinstrook die door een voor de aanval ongeschikt terrein voert, bv een onderwaterzetting.
    Batterij : Aardwerk gedeelte van een wal waarop stukken geschut zijn opgesteld.
    Klein Flankement : Gracht flankement : Vuur dat zich tot het eigen vestingwerk beperkt.
    Groot Flankement : Vuur ten bate van en tot steun aan neven forten en de in de linie, tussen de forten gelegen, verdedigings werken.
    Inundantie : Onderwaterzetten van een gebied.
    Kazemat : Al dan niet losstaande overdekte gevechtspositie.
    Reduit : Zelfstandig verdedigingswerk binnen een fort met als doel de verdediging voort te zetten als het fort zelf niet te houden was.
    *Nationaal reduit : Kringstelling, bedoeld als laatste wijkplaats voor de landsregering en krijgsmacht, van zodanige grootte dat dezen zich er langdurig zouden kunnen handhaven.

    Een geinduneerde omgeving maakt verplaatsen moeilijk