Het fort is door mensenhanden gemaakt. Mede door deze bouwkundige inspanningen is er een afwisseling tussen klei-, veen- en zandgronden.
Door de hoogteverschillen ontstaan natte en droge gebieden en er is altijd water in de vorm van de fortgracht. Een deel van het fort is beplant met bomen en struiken, een deel wordt opengehouden door begrazing met schapen.
Op het fort is een rijkdom aan planten en dieren. De torenvalk, steenuil en bonte specht horen tot de vaste bewoners. In het riet broeden de kleine karekiet en de rietgors. Ook is het een beschut gebied voor diverse eende soorten, zoals de kuifeend en zaagbek. Tevens laat het ijsvogeltje laat zich vaak bewonderen.
Op dit moment staan er op het fort aan bomen: es, wilg en populier, aan struiken: meidoorn, sleedoorn en veldesdoorn. Op het oorspronkelijke plan staan iepen, maar die zijn verdwenen.
Na aankoop van het fort in 1987, heeft Natuurmonumenten de brasems en karpers uit de fortgracht verwijderd, de gracht leeg gepompt, riet aangeplant, schoon water erin gebracht en witvis uitgezet, hierna is de waterkwaliteit fors verbeterd.
Het fort is een steppingzone in het gebied, een doorgang voor dieren. Het huizen vele water-libellen.
De knotwilgen op en rond het fort, zoals langs het velterslaantje, zijn al erg oud. Deze zijn een belangrijke bron van geriefhout en plekken waar de steenuil broedt.